
De zomerkoningin
Bericht gepubliceerd op: 7 december 2023
Leestijd: 6 min. lezen
Vorig jaar schreef ik twee vorstelijke blogjes, namelijk over de winterkoning (Nannus troglodytes) en de grote-keizerlibel (Anax imperator). Volgens het rijmpje ‘koning, keizer, admiraal' uit de reclame voor toiletpapier zou nu dus de admiraal moeten volgen. Maar die is in het verleden al eens aan bod gekomen, namelijk in mijn blog over de atalanta (Vanessa atalanta). De Engelse noemen deze dagvlinder immers red admiral en ook in Nederland gebruikte men in het verleden de naam admiraalvlinder. De vorstelijke verschijning die dit keer aan het rijtje toegevoegd kan worden is de koningin van de zomer: de koninginnenpage (Papilio machaon). Een zeer tot de verbeelding sprekende verschijning die al heel lang op mijn verlanglijstje stond. Afgelopen zomer kon ik er eindelijk een op de foto zetten.
Meester Prikkebeen
Niet alleen de zwart-gele tekening op de vleugels, de blauwe en rode vlekjes op de achtervleugel en de langwerpige zwarte vleugelstaarten zijn prachtig, maar ook het formaat is imposant. Het is de grootste dagvlinder van ons land. Ze kunnen een spanwijdte van wel acht tot tien centimeter hebben. Ze vallen dan ook meteen op als ze langsvliegen, zeker door hun lichte kleur. Het zijn ook geen stilzitters, ze zijn permanent op zoek naar nectar. Dat halen ze uit allerlei kruidachtige planten, zoals klavers en schermbloemigen. Maar ook op bijvoorbeeld de vlinderstruik en distels kun je ze aantreffen. Omdat ze zo beweeglijk zijn, is het ook een lastige soort om te fotograferen. Toen ik afgelopen zomer eenmaal een exemplaar gevonden had, ben ik vervolgens als een soort Mijnheer Prikkebeen door het veld achter hem aan gelopen. Niet met een vlindernet uiteraard, maar met de camera in de aanslag. (Wist je trouwens dat het verhaal van Mijnheer Prikkebeen in 1845 is getekend en geschreven door de Zwitser Rudolphe Töpffer? En dat de Groningse schrijver Jan Goeverneur dit vertaalde en het daarmee het eerste stripverhaal in het Nederlands werd? Goeverneur was overigens ook de geestelijk vader van onder meer ‘In een groen, groen knollen- knollenland’, ‘Roodborstje tikt tegen 't raam' en ‘Toen onze mop een mopje was’.)
Hill-topping
De mannetjes van de koninginnenpage vliegen vaak in groepjes nabij een hoger punt in het landschap, zoals op heuveltoppen, en verblijven daar soms dagenlang. Dit gedrag noemen we Hilltopping. De vrouwtjes willen natuurlijk paren, want dat is waar hun hele bestaan als imago om draait, en vliegen ook de heuvel op. De mannetjes strijden in de tussentijd om een plekje zo hoog mogelijk op de top. Want wie zo hoog kan vliegen moet wel een sterk mannetje zijn en diens genen zijn uitermate geliefd. Het gedrag van de mannetjes kan een beetje vergeleken worden met dat van kemphanen (Calidris pugnax) op een zogenaamde lek. Dit is het strijdtoneel waar de kemphaanmannetjes hun best doen om elkaar af te troeven en een vrouwtje te versieren. Het woord lek komt van het Zweedse lekplats en betekent speelplaats. De heuvel hoeft ook niet zo sterk aanwezig te zijn, ook lichte glooiingen in het landschap kunnen dit gedrag uitlokken. En bij gebrek aan heuveltoppen, zoals in ons overwegend vlakke land, doen ze dit ook bijvoorbeeld rond boomtoppen maar ook bij torens in het landschap. De koninginnenpage is trouwens niet de enige vlindersoort die dit doet, vele andere soorten vertonen ook dit hill-topping gedrag. En daarnaast ook libellen, kevers, hommels, wespen en andere insecten.
Patrouillevluchten
Bij gebrek aan heuvels en boomtoppen zullen de mannetjes een andere strategie moeten gebruiken om een vrouwtje te vinden. Daarbij gaan ze zeker niet stil zitten wachten tot er een vrouwtje langs komt vliegen. Integendeel. Net als bijvoorbeeld het oranjetipje (Anthocharis cardamines) houden de mannetjes patrouillevluchten. Daarbij vliegen ze heen en weer, vaak langs dezelfde route, in de hoop een vrouwtje te vinden. Als dat het geval is en het vrouwtje ziet hem wel zitten, vliegen ze al buitelend om elkaar heen verder om ergens tussen de vegetatie neer te strijken. Daar paren ze en blijven soms langere tijd zitten totdat het vrouwtje eitjes gaat afzetten op een waardplant in de buurt.
Waardplanten
Die waardplanten van de koninginnenpage zijn voornamelijk schermbloemigen (Apiaceae of Umbelliferae) en dan met name de wilde peen (Daucus carota) – maar ook de daaruit gecultiveerde oranje wortel die we eten -, kleine bevernel (Pimpinella saxifraga), pastinaak (Pastinaca sativa) en soorten uit het geslacht Peucedanum, waaronder de melkeppe (Peucedanum palustre). Ook venkel (Foeniculum vulgare) behoort tot de waardplanten en met name in Zuid-Europa geniet deze plant een lichte voorkeur. De koninginnenpage kent twee generaties per jaar en tussen beide generaties zit een verschil qua waardplant. De vrouwtjes van de eerste generatie, die vanaf eind april vliegen, hebben een voorkeur voor de jonge blaadjes van vooral de peen om hun eitjes af te zetten. De vrouwtjes van de tweede generatie (vanaf begin juli) zetten de eitjes met name af op de bloemen of bladeren van de andere schermbloemigen. Maar als er ook peen staat, dan zullen ze die zeker niet links laten liggen. Overigens kan er bij een warm najaar zelfs in oktober nog een derde generatie koninginnenpages vliegen.
Zwerver
De koninginnenpage is een vrij schaarse soort die in de jaren tachtig van de vorige eeuw zeer zeldzaam was. Alleen in Zuid-Limburg kwamen enkele populaties voor. In de jaren erna heeft de soort zich weten uit te breiden, met name in de zuidelijke helft van ons land. In Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg heeft de vlinder inmiddels vaste voet aan de grond en wordt daar jaarlijks gezien. De laatste jaren verspreidt de soort zich ook steeds meer over de rest van Nederland met waarnemingen tot in Utrecht, Gelderland en Overijssel. In Noord- en Zuid-Holland wordt de vlinder minder vaak gezien, met uitzondering van enkele zwervers. Dat geldt ook voor de noordelijke provincies en de Waddeneilanden. Daar zijn nog niet zoveel waarnemingen van deze soort, maar het worden er wel steeds meer. De koninginnenpage is namelijk een zeer mobiele vlinder die grote afstanden kan afleggen. Vooral in mooie zomers zijn er waarnemingen uit het hele land, maar nog steeds met een nadruk op het zuiden. In slechte jaren zijn de waarnemingen beperkt tot de eerder genoemde populaties in Limburg en Zeeland. Maar met de warmere zomers zal het een kwestie van tijd zijn voor de vlinder in heel het land een vrij algemene soort wordt en je hem ook in je tuin zult aantreffen. Zo heb ieder nadeel zijn voordeel, om met een bekende Nederlandse filosoof te spreken.
Bronnen
Naast de links in de tekst zijn de volgende bronnen gebruikt:
* Vlinderstichting
* Wikipedia
* Europäische Schmetterlinge und ihre Ökologie
* Hilltopping
Zie: de oorspronkelijke blog
Door: Theo de la Ruelle
Zie ook: zijn andere blogs