Bokkenrover – Stenagostus rhombeus
De bokkenrover is een kever uit de familie van de kniptorren (Elatemidae).
Hiervan zijn 76 inheemse, bevestigde soorten in Nederland in het wild aangetroffen en beschreven.
Alle kniptorren zien er hetzelfde uit. Het is een soort wat moeilijk te vinden is.
Kniptorren danken hun naam aan het vermogen om met een klikkend geluid omhoog te springen als ze op hun rug liggen.
Dit vermogen wordt ook gebruikt om vijanden af te schrikken.

Foto door: Bart-Jan Baaijens
De larven van de kniptorren heten ritnaalden en leven meerdere jaren onder de grond
voordat ze het volwassen stadium bereiken en actief worden, ongeveer vanaf eind juni.
Sommige larven zijn berucht omdat ze schade kunnen aanbrengen aan de wortels van
gewassen en daardoor ontstaat niet zelden economische schade.
De meeste soorten hebben voorkeur voor zandgrond
De bokkenrover is de natuurlijke vijand van de boktorlarven, It’s all in the name.
Bronvermelding: Wikipedia en Nederlandse jeugdbond uitgeverij, editie Nederlandse
kniptorren uitgegeven in 2017
Roerdomp – Botaurus stellaris

Foto door: Hennie Gunnink
De roerdomp, ook wel rietreiger genoemd, is een mysterieuze middelgrote territoriale,
schuwe reigersoort met een spanwijdte van 125 tot 135 cm, die moeilijk te zien is.
Het soort is iets kleiner dan de blauwe reiger.
Het is een gedrongen vogel met een geel/bruine schutkleur, zwarte kruin en een korte dikke
nek. In het voorjaar maken de mannetjes een diep hoempend geluid.
Bij gevaar nemen ze de zogenaamde paalhouding aan waarbij ze hun snavel recht omhoog in de lucht
steken en heel stil gaan staan.
Ze leven in dichte rietmoerassen die rijk zijn aan stevig oud waterriet.
Ze jagen zowel onder water als er net boven op vissen, kikkers, muizen en grote insecten.
Ze broeden tussen april en juni, één legsel per jaar. Een legsel bestaat uit gemiddeld 4 á 5
olijfgroene, licht gespikkelde eieren die met een interval van 2 á 3 dagen worden gelegd.
Na 25 tot 26 dagen komen de eieren uit.
Ze staan op de Rode lijst van de Nederlandse broedvogels. Voor de soorten op deze lijst
geldt een hogere prioriteit bij het nemen van actieve beschermingsmaatregelen.
Bronvermelding: Vogelbescherming Nederland, Sovon en Wikipedia
Dennenmoorder – Heterobasidion annosum

Foto door: Frank Roos
De dennenmoorder is paddenstoel, schimmel die behoord tot de familie van de Coriolaleae
die voornamelijk parasiteert op sparren, douglassparren, lariksen en dennen.
Deze schimmel veroorzaakt witrot waarvan drie soorten dennenmoorders.
Tevens is het een necrotrafe parasiet die op dood hout nog jaren kan voortleven.
De vruchtlichamen leven meerdere jaren, hebben een harde korst van zo’n vijf tot vijftien
cm breed en drie cm dik.
De fijne buisjes aan de onderkant zijn roomwit tot okerkleurig met een oranje zweem.
Jaarlijks wordt er een nieuwe buisjeslaag van drie tot vijf mm dik gevormd, de sporen die
hieruit komen zijn wit.
De infectie van de bomen vindt plaats via de wortels van aangetaste bomen.
Ook kunnen de basiodiosporen makkelijk de stomp van een omgezaagde boom binnen
dringen.
Via biologische bestrijding met de schimmel Phlebiopsis gigantea kan de dennenmoorder
bestreden worden.
Bronvermelding; Wikipedia
Gewone steenloper – Lithobius forficatus

Foto door: Bert de Ruiter
De gewone steenloper, ook wel gewone duizendpoot genoemd is een zeer algemeen
voorkomende duizendpoot in de Benelux die behoord tot de familie van de duizenpotigen.
Ze zijn tussen de 20 tot 35 mm lang, zijn roodbruin tot oranje van kleur, hebben glanzende
segmenten. Volwassen dieren hebben 15 paar poten.
Jonge duizendpoten worden geboren met 7 paar poten. Bij elke vervelling kan er een
segment met twee poten bij komen hoewel er ook vervellingen zijn waarbij er geen
segmenten en poten bijkomen.
Met hun ogen kunnen ze slecht zien maar ze vertrouwen volledig op de lange antennes die
een tastfunctie hebben.
De gewone steenloper is een snelle jager die jaagt tussen bladeren en onder stenen op
slakken, regenwormen en insecten. Ze jagen alleen ’s-avonds en ’s-nachts omdat ze door
hun dunne huid gevoelig zijn voor uitdroging.
Overdag zijn ze te vinden tussen boomschors, houtblokken en stenen.
De voorste twee poten zijn omgevormd tot twee tangachtige gifkaken waarmee
prooien worden gedood, deze worden daarna met de overige monddelen in stukken geknipt
en opgegeten.
Bronvermelding: Wikipedia
Witdekselkalkbekertje – Craterium minutum

Foto door: Laurens van der Linde
Het witdekselkalkbekertje is een slijmzwam behorend tot de familie van de Physaridae.
Ze leven saprotroof op allerlei plantaardig afval d.w.z. dat deze organismen, vaak schimmels
of bacteriën, enzymen uitscheiden om voedingsstoffen extern te verteren en op te nemen
waardoor ze een belangrijke rol spelen als opruimers in het ecosysteem.
Ze komen voor op afgevallen bladeren.
Ze staan in groepen, het vruchtlichaam wordt 1,5 mm hoog.

Foto door: Paul Dirksen
Rijpe exemplaren hebben een scherp, wittig deksel op een okerkleurig bekertje, op een oranjebruin steeltje.
Wanneer het deksel loslaat wordt er een donkerbruine sporenmassa zichtbaar met daartussen witte kalklichamen.
Bij oude exemplaren is soms een leeg bekertje zichtbaar.
Ze komen in Nederland vrij algemeen voor, dus het zoeken zeker waard.
Bronvermelding: Natuurfotosite België en Wikipedia
Met dank aan onze moderator, Ingrid, voor de samenstelling van de nieuwsbrief